ECLI:NL:RBZWB:2025:206
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige beslissing WOZ-beschikking en ongegrond beroep op dwangsombeschikking
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 13 februari 2024 voor een WOZ-beschikking en tegen een dwangsombeschikking van 22 augustus 2024. De rechtbank overweegt dat de brief van 13 februari 2024 als aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro moet worden aangemerkt en dat de heffingsambtenaar op 31 maart 2024 een beschikking heeft genomen die op het verzoek van belanghebbende ingaat door de waarde op een hoger bedrag vast te stellen.
Hierdoor is geen sprake van niet tijdig beslissen en is het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Het beroep tegen de dwangsombeschikking is eveneens niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling pas na de WOZ-beschikking is verzonden, waardoor geen recht op een dwangsom bestaat.
De rechtbank wijst het beroep af zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de dwangsombeschikking is ongegrond verklaard.