ECLI:NL:RBZWB:2025:1998
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing middelingsverzoek wegens ontbreken kwalificatie als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige
Belanghebbende diende een middelingsverzoek in voor de jaren 2019, 2020 en 2021, dat door de inspecteur werd afgewezen omdat over 2021 nog geen definitieve aanslag was vastgesteld. Na vaststelling van de aanslag 2021 en afwijzing van het bezwaar, stelde belanghebbende dat hij recht had op middeling op grond van het Europese Unierecht en de Schumacker-doctrine, ondanks het ontbreken van de kwalificatie als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige (KBB).
De rechtbank oordeelde dat middeling een faciliteit is die alleen aan KBB's kan worden toegekend en dat belanghebbende niet in een Schumacker-situatie verkeert omdat zijn wereldinkomen over 2021 volledig aan het woonland is toegewezen. Hierdoor is er geen sprake van ongelijke behandeling en geen recht op middeling.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de afwijzing van het middelingsverzoek door de inspecteur was terecht en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Steijn op 4 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het middelingsverzoek wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende niet kwalificeert als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige.