ECLI:NL:RBZWB:2025:1997
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen inhouding loonheffingen op publiekrechtelijk pensioen
Belanghebbende, woonachtig in Frankrijk, ontvangt een ouderdomspensioen van het ABP uit Nederland waarop vanaf 1 september 2023 loonheffingen worden ingehouden. Hij verzoekt om vrijstelling van deze inhoudingen op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk, maar dit verzoek wordt door de inspecteur afgewezen. Belanghebbende dient een bezwaarschrift in tegen de inhouding van loonheffingen over de periode september tot en met november 2023.
De rechtbank beoordeelt dat het bezwaar tegen de inhouding over september 2023 terecht niet-ontvankelijk is verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Het bezwaar over oktober en november 2023 wordt ongegrond verklaard omdat Nederland op grond van het belastingverdrag het heffingsrecht heeft over het publiekrechtelijk pensioen. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 november 2023 is niet relevant voor deze bilaterale situatie.
Verder oordeelt de rechtbank dat de inspecteur geen dwangsom verschuldigd is omdat tijdig uitspraak op bezwaar is gedaan. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de inhouding van loonheffingen wordt ongegrond verklaard en het bezwaar over september 2023 niet-ontvankelijk.