ECLI:NL:RBZWB:2025:1964

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
6 april 2025
Zaaknummer
11368046 \ CV EXPL 24-5319 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens rechtsgeldige opzegging huurovereenkomst door gemeente

Ter Vermaak ende Lering vorderde van de gemeente Dongen een bedrag van €12.265,20 aan huurvergoeding over de periode juli tot en met september 2024. De gemeente had de huurovereenkomst betreffende een opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen op 21 mei 2024 opgezegd met een opzegtermijn van één maand. Ter Vermaak ende Lering betwistte de geldigheid van de opzegging omdat deze niet aan de rechtspersoon zelf was gericht, maar aan haar vertegenwoordigers.

De kantonrechter stelde vast dat de opzeggingsbrief wel degelijk de contractspartij betrof, aangezien de brief was gericht aan de natuurlijke personen die de vennootschap rechtsgeldig vertegenwoordigen en dat de brief de bedoeling van opzegging van de huurovereenkomst duidelijk maakte. Hoewel het juridisch correcter was geweest de brief aan de vennootschap zelf te richten, was de brief ontvangen en erkend door de vertegenwoordigers.

Op grond van deze feiten oordeelde de kantonrechter dat de opzegging rechtsgeldig was en wees de vordering van Ter Vermaak ende Lering af. Tevens werd Ter Vermaak ende Lering veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente over deze kosten.

Uitkomst: De vordering van Ter Vermaak ende Lering wordt afgewezen wegens rechtsgeldige opzegging van de huurovereenkomst door de gemeente Dongen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11368046 \ CV EXPL 24-5319
Vonnis van 2 april 2025
in de zaak van
TER VERMAAK ENDE LERING B.V.,
te West Maas en Waal,
eisende partij,
hierna te noemen: Ter Vermaak ende Lering,
gemachtigde: mr. F.C.P. Teeuw, werkzaam ten kantore van de Stichting Rechtsbijstand,
tegen
DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE DONGEN,
te Dongen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente Dongen,
vertegenwoordigd door mr. R. van der Meijden, mr. I.M.M. Andries en [naam 1], allen werkzaam bij de gemeente Dongen.

1.De zaak in het kort

Ter Vermaak ende Lering vordert van de gemeente Dongen een bedrag van € 12.265,20 aan (huur)vergoeding over de periode van juli 2024 tot 16 september 2024. De kantonrechter wijst de vordering af omdat de overeenkomst op 21 mei 2024 rechtsgeldig is opgezegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 december 2024
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Daarna is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Op 11 juli 2022 hebben Ter Vermaak ende Lering, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3], en de gemeente Dongen een overeenkomst gesloten betreffende de beschikbaarstelling van het gebouw [adres] om te fungeren als gemeentelijke opvanglocatie voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen.
3.2.
In artikel 1 lid 2 van Pro de overeenkomst is bepaald dat de overeenkomst door één van partijen kan worden beëindigd door schriftelijke opzegging en met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één maand.
3.3.
Op 21 mei 2024 heeft de gemeente Dongen in een brief gericht aan de heer
[naam 2] en mevrouw [naam 3], de huurovereenkomst opgezegd per
1 juli 2024.
3.4.
Op 23 juli 2024 hebben [naam 2] en [naam 3], voornoemd, namens
Ter Vermaak en de Lering aan de gemeente bericht dat de opzegging niet aan de contractspartij is gericht, maar alleen aan de vertegenwoordigers en dat de overeenkomst daarom nog doorloopt.
3.5.
Bij brief van 5 augustus 2024 heeft de gemeente Dongen bericht dat de overeenkomst rechtsgeldig is opgezegd en dat de opzegging standhoudt.
3.6.
Omdat Ter Vermaak ende Lering de geldigheid van de opzegging heeft betwist, heeft de gemeente Dongen op 15 augustus 2024 een aan Ter Vermaak en de Lering gerichte opzegging van de overeenkomst gestuurd.
3.7.
Op 22 september 2024 heeft Ter Vermaak ende Lering aan de gemeente Dongen een bedrag van € 12.265,20 gefactureerd, zijnde de opvangvergoeding en energiecompensatie over de periode van juni tot en met september 2024. Dit bedrag is onbetaald gebleven.

4.Het geschil

4.1.
Ter Vermaak ende Lering vordert - samengevat - veroordeling van de gemeente Dongen tot betaling van € 12.941,66, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
De gemeente Dongen voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Ter Vermaak ende Lering, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Ter Vermaak ende Lering, met veroordeling van Ter Vermaak ende Lering in de kosten van deze procedure.

5.De beoordeling

5.1.
Ter Vermaak ende Lering legt aan haar vordering ten grondslag dat de opzegging van 21 mei 2024 geen effect heeft gehad, omdat deze niet is gericht aan een partij bij de overeenkomst. De opzegging van 15 augustus 2024 is wel correct gedaan, zodat de gemeente Dongen tot en met 16 september 2024 gehouden is de overeengekomen vergoedingen te voldoen.
5.2.
De gemeente Dongen voert verweer op na te melden gronden.
5.3.
Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of de gemeente Dongen de overeenkomst op 21 mei 2024 rechtsgeldig heeft opgezegd. De kantonrechter stelt vast dat de opzeggingsbrief is gericht aan [naam 2] en [naam 3]. Gebleken is dat zij de brief hebben ontvangen en dat zij hetzelfde adres hebben als de vennootschap, de contractspartij van de overeenkomst. Verder staat tussen partijen vast dat zij één (huur)overeenkomst betreffende de beschikbaarstelling van de locatie hebben gesloten, waarbij uit de overeenkomst blijkt dat [naam 2] en [naam 3] de vennootschap rechtsgeldig vertegenwoordigen. In de opzeggingsbrief is, voor zover hier van belang) het volgende vermeld:
“Met ingang van 11 juli 2022 stelt u -middels Ter Vermaak ende Lering- ruimte ter beschikking aan gemeente Dongen om te fungeren als gemeentelijke opvanglocatie voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen (…) In de overeenkomst die met jullie is gesloten, staat een opzegtermijn van één maand. Om de overgang goed te kunnen laten plaatsvinden, zal de gemeentelijke opvang met ingang van 1 juli 2024 sluiten.(…)”
5.4.
De kantonrechter is van oordeel dat uit deze brief duidelijk blijkt dat de opzegging ziet op de huurovereenkomst die de gemeente Dongen met Ter Vermaak ende Lering heeft gesloten. In het lichaam van de brief is de naam van de vennootschap vermeld en wordt verwezen naar de betreffende huurovereenkomst. Daarbij is overigens opvallend dat in de aanhef van de huurovereenkomst niet is vermeld dat Ter Vermaak ende Lering een besloten vennootschap is. De kantonrechter overweegt dat een vennootschap doorgaans wordt vertegenwoordigd door natuurlijke personen, dit zijn in dit geval [naam 2] en [naam 3]. Weliswaar was het netter en juridisch correct geweest als de opzeggingsbrief was gericht aan Ter Vermaak en de Lering, maar vaststaat dat de brief haar heeft bereikt en tijdens de mondelinge behandeling is erkend dat de bedoeling van de brief bij de contractspartij duidelijk was, namelijk de opzegging van de huurovereenkomst. Gelet op alle feiten en omstandigheden is de kantonrechter met de gemeente Dongen van oordeel dat de opzeggingsbrief van 21 mei 2024 effect heeft gehad. Dit betekent dat de vordering moet worden afgewezen.
5.5.
Ter Vermaak ende Lering is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente Dongen worden begroot op:
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
947,00
5.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vordering van Ter Vermaak ende Lering af,
6.2.
veroordeelt Ter Vermaak ende Lering in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Ter Vermaak ende Lering niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Ter Vermaak ende Lering tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.