Uitspraak
[verzoekster], wonende te [plaats 1] ,
hierna te noemen “verzoekster”,
[belanghebbende], wonende te [plaats 2] ,
hierna te noemen: “belanghebbende”.
1.De procedure
2.De feiten
mevrouw [erflaatster], geboren te [plaats 3] op [datum 2] 1942, laatstelijk wonende te [plaats 3] (hierna: erflaatster).