De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 april 2025 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het vernielen van een ruit van wooncorporatie Casade en het bedreigen van zijn moeder met de dood. Verdachte was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw. De officier van justitie achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging alleen de bedreiging betwistte.
De rechtbank stelde vast dat verdachte op 30 november 2023 opzettelijk een ruit vernielde en op 8 december 2023 zijn moeder bedreigde met de dood, waarbij de moeder zich daadwerkelijk bedreigd voelde. Uit psychiatrisch onderzoek bleek dat verdachte leed aan schizofrenie met een ernstig psychotisch toestandsbeeld en daardoor volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van de feiten.
De rechtbank volgde het advies van de psychiater en verklaarde verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar, waardoor hij niet strafbaar was voor de bewezen verklaarde feiten. Daarom ontsloeg de rechtbank verdachte van alle rechtsvervolging en wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af.