Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 3 februari 2025, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;
- het bericht van mr. M.A.J. Timmermans-Roelands van 21 februari 2025;
- het F2-formulier van mr. R. Haze van 3 maart 2025;
- het bericht van mr. J.M.G. Cox van 4 maart 2025;
- de berichten van mr. J.T.M. Sengers van 4 maart 2025;
- het bericht met bijlage van mr. J.T.M. Sengers van 5 maart 2025.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de Raad
5.De standpunten van belanghebbende en informant
6.De beoordeling
- [minderjarige] groeit op in een veilige en stabiele opvoedomgeving;
- [minderjarige] krijgt duidelijkheid over waar hij zal gaan opgroeien en wat zijn toekomstperspectief is;
- [minderjarige] heeft een fijn en veilig contact met beide ouders en andere voor hem belangrijke personen uit het netwerk (zoals opa vaderszijde);
- er is zicht op de persoonlijke problematiek en leerbaarheid van de moeder en zij ontvangt hiervoor passende begeleiding/behandeling;
- er is zicht op de opvoedvaardigheden van de vader en de zorgen die er over hem geuit worden over alcohol- en drugsgebruik en agressie, in relatie tot [minderjarige] ;
- de moeder is stabiel in haar functioneren en beschikbaar (emotioneel en fysiek) voor [minderjarige] ;
- de ouders kunnen aansluiten bij het gedrag van [minderjarige] , bieden hem structuur en regels;
- de ouders en opa vaderszijde zijn in staat om in het belang van [minderjarige] met elkaar samen te werken en te communiceren. Zij belasten [minderjarige] niet met zorgen over elkaar.
7.De beslissing
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.