Uitspraak
1.De procedure
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 17 maart 2025;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres vordert betaling van haar loon over januari en februari 2025, dat door gedaagde niet is voldaan. Eerder was al een procedure gevoerd waarbij afspraken zijn gemaakt die toen werden nagekomen. Nu is opnieuw loon niet betaald, waardoor eiseres een kort geding startte.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft, omdat het niet ontvangen loon tot financiële problemen kan leiden. Gedaagde heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de loonvordering. Het loon wordt toegekend op 70% van het brutoloon vanwege arbeidsongeschiktheid, met een loon vanaf maart 2025 afhankelijk van herstel.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 35%, rekening houdend met eerdere betalingsproblemen en financiële omstandigheden van gedaagde. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten toegekend. Gedaagde moet correcte bruto-netto specificaties en jaaropgave aanleveren. Ter naleving wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €1.000 opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gedaagde draagt de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke rente, wettelijke verhoging, incassokosten, correcte loonstroken en een dwangsom.