Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van het geding
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
6.De beslissing
5 maart 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres verhuurt een winkelruimte aan gedaagde, die meerdere maanden de huur niet heeft betaald. Eiseres vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand inclusief rente en incassokosten. Gedaagde erkent de huurachterstand maar stelt dat de hoogte deels aan eiseres te wijten is vanwege onvoldoende medewerking bij het zoeken naar een nieuwe huurder.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is en dat de ontbindingsovereenkomst onder opschortende voorwaarden stond, waardoor de huurovereenkomst pas per 1 januari 2025 eindigde. De vordering tot ontbinding en schadevergoeding voor gemiste huurinkomsten wordt door eiseres ingetrokken. Het verweer van gedaagde wordt onvoldoende onderbouwd en faalt.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van € 12.930,54 inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 12.930,54 inclusief rente en incassokosten en in de proceskosten.