Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2samen met anderen 211,5 gram cocaïne in zijn bezit heeft gehad;
feit 3samen met anderen 608,3 gram hasjiesj in zijn bezit heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 12 maanden;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een taakstraf van 20 uur;
11.Bijlage I
tot en met 08 maart 2022 te [plaats] , althans elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of
afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die
wet;
( art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 211,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 3 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 608,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van
een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen
van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj),
zijnde hasjiesj
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 11 lid 2 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )