Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2samen met anderen 211,5 gram cocaïne in zijn bezit heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 11 maanden;
10.Bijlage I
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 mei 2020 tot en
met 08 maart 2022 te [plaats] , althans elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of
afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die
wet;
( art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )
hij op of omstreeks 8 maart 2022 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 211,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 3 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )