ECLI:NL:RBZWB:2025:1746
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek en urenbeperking in WIA-uitkeringszaak
Eiser, een voormalig penitentiair medewerker, is arbeidsongeschikt geraakt door psychische klachten en ontvangt sinds 2011 een loongerelateerde WIA-uitkering. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2018 handhaafde het UWV aanvankelijk de mate van arbeidsongeschiktheid rond 49%, waarna het bezwaar van eiser deels werd gehonoreerd zonder wijziging van de uitkering.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van het UWV baseerde zich op medische dossiers, waaronder rapportages van huisartsen en specialisten, en concludeerde dat er geen aanleiding was voor een urenbeperking. Eiser stelde echter dat zijn fysieke en psychische klachten zwaarder wegen en overhandigde een aanvullende rapportage van een verzekeringsarts die een urenbeperking adviseerde.
De rechtbank constateert dat de verzekeringsarts b&b de FML niet correct heeft aangepast en dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de medische rapportages die een urenbeperking ondersteunen. De rechtbank acht het bestreden besluit daardoor niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom krijgt het UWV zes weken de tijd om het besluit te herstellen, waarna de rechtbank zonder nieuwe zitting een einduitspraak zal doen.
De procedure wordt aangehouden en er wordt nog geen beslissing genomen over griffierecht of proceskosten. Tegen deze tussenuitspraak staat geen hoger beroep open, maar dit kan samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: Het UWV krijgt zes weken de gelegenheid het motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen.