Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding in kort geding van 18 februari 2025 met producties,
- de producties van [verhuurder] ,
- de mondelinge behandeling van 11 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten op 1 januari 2021 een huurovereenkomst voor kantoor- en bedrijfsruimte met een maandelijkse huur van € 981,87. Vanaf januari 2023 stopte de huurder met volledige betaling, waarna vanaf augustus 2023 geen betalingen meer plaatsvonden, resulterend in een huurachterstand van ruim 20 maanden.
De verhuurder vorderde ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand, vermeerderd met een contractuele boete en gebruiksvergoeding. Tevens speelde het voornemen van de gemeente om een last onder dwangsom op te leggen wegens illegale bewoning.
De huurder verscheen niet ter zitting, waardoor verstek werd verleend. De kantonrechter oordeelde dat de ernstige wanbetaling en de omstandigheden een spoedeisend belang rechtvaardigen. De ontruiming werd toegewezen met een termijn van veertien dagen. De gevorderde huurachterstand en contractuele boete werden toegewezen, maar de boete voor maanden na februari 2025 werd afgewezen vanwege interpretatie van de overeenkomst.
Daarnaast werd een gebruiksvergoeding toegewezen vanaf februari 2025 tot daadwerkelijke ontruiming. De huurder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand, contractuele boete, gebruiksvergoeding en proceskosten.