ECLI:NL:RBZWB:2025:17
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WOZ-waarde woning in Tilburg voor belastingjaar 2023
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking van de heffingsambtenaar waarin de waarde van zijn woning in Tilburg per 1 januari 2022 is vastgesteld op €424.000. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder aanwezigheid van partijen.
De rechtbank toetst of de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatieverslag en een vergelijkingsmatrix met drie referentiewoningen in dezelfde plaats. De rechtbank acht deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en vindt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen zoals berging, garage, dakkapel, aanbouw, woon- en perceeloppervlak.
Belanghebbende stelt dat de waarde lager moet zijn vanwege het feit dat het een huurwoning is zonder garage en zonnepanelen, en dat keuken en badkamer oud zijn. Ook wijst hij op een lagere verkoopprijs van een naastgelegen gerenoveerde woning. Deze stellingen zijn echter niet aannemelijk gemaakt en onvoldoende om de vastgestelde waarde te weerleggen.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €424.000 wordt ongegrond verklaard.