ECLI:NL:RBZWB:2025:1680
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake verrekening belastingaanslagen
De ontvanger van de Belastingdienst heeft op 11 maart 2022 een mededeling verzonden aan belanghebbende over de verrekening van een terug te ontvangen bedrag op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 met een te betalen bedrag op een naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2016. Belanghebbende maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in wegens het uitblijven van een uitspraak op bezwaar.
De rechtbank ontving het beroepschrift op 28 december 2023 en constateerde dat de ontvanger op 18 april 2024 alsnog uitspraak op bezwaar had gedaan. Het beroep betrof ook een boetebeschikking, maar hierover doet de rechtbank een afzonderlijke uitspraak.
De rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen de verrekening, omdat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen op grond van de Invorderingswet, tenzij een uitzondering geldt. De verrekening valt niet onder deze uitzonderingen. Een geschil hierover dient aan de burgerlijke rechter te worden voorgelegd.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd en ziet zij af van inhoudelijke beoordeling. Omdat belanghebbende geen griffierecht betaalde, is terugbetaling daarvan niet aan de orde. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 24 maart 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de verrekening van belastingaanslagen.