Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 1:in de periode van 12 september 2023 tot en met 1 mei 2024 vier mensen heeft opgelicht;
feit 2:in de periode van 1 maart 2024 tot en met 1 november 2024 eenentwintig mensen heeft opgelicht.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- [benadeelde 1] (een geldbedrag van ongeveer EUR 1792,-, [woonplaats 1] ) en
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
€ 1.792,-, bestaande uit materiële schade.
€ 17.208,21, bestaande uit materiële schade.
€ 118,98, bestaande uit materiële schade.
€ 333,-, bestaande uit materiële schade.
€ 168,50, bestaande uit materiële schade.
€ 105,93, bestaande uit materiële schade.
€ 210,-, bestaande uit materiële schade.
€ 299,85, waarvan € 49,85 aan materiële schade en € 250,- aan immateriële schade
€ 585,-, bestaande uit materiële schade.
€ 106,95,-, bestaande uit materiële schade.
€ 265,80, bestaande uit materiële schade.
€220,20, bestaande uit materiële schade.
€ 90,-, bestaande uit materiële schade.
€ 10, bestaande uit materiële schade. Daarnaast vordert zij een bedrag van € 24,51 aan reiskosten voor het bijwonen van de behandeling van de zaak ter zitting.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich laat opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start zodra er een opnameplek bekend is. De opname duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
* dat verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
* dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
* dat verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van (betaald) werk en vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
€ 17.208,21,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 7 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;
€ 263,70,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 20 maart 2024 tot aan de dag der voldoening;
- [benadeelde 1] (een geldbedrag van ongeveer EUR 1792,-, [woonplaats 1] )