ECLI:NL:RBZWB:2025:1568
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afzien van nader onderzoek naar klacht inzake inzagerecht persoonsgegevens
Eiser diende een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) omdat zijn verzoek om inzage in persoonsgegevens bij een administratiekantoor niet volledig was ingewilligd. De AP voerde een globaal bureauonderzoek uit en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor een overtreding van de AVG, waarna zij besloot af te zien van een nader onderzoek. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de AP verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen dit besluit behandeld en beoordeeld of de AP in redelijkheid kon besluiten geen nader onderzoek te verrichten. De rechtbank overwoog dat het administratiekantoor verklaarde geen verdere persoonsgegevens van eiser te bezitten en dat er geen wettelijke bewaarplicht voor het administratiekantoor bestaat. De AP mocht op basis van het prioriteringsbeleid klachten selectief behandelen en hoefde niet alle klachten te onderzoeken.
De rechtbank oordeelde dat het afzien van nader onderzoek niet onredelijk was, ondanks de hinder voor eiser. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een nader onderzoek rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De uitspraak werd gedaan door rechter T.I. van Term op 17 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de AP mocht in redelijkheid afzien van nader onderzoek.