ECLI:NL:RBZWB:2025:1540

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 maart 2025
Publicatiedatum
17 maart 2025
Zaaknummer
BRE 24/8290
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis over overschrijding beslistermijn bezwaar Wet open overheid opvanglocaties

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen over openbaarmaking van documenten met betrekking tot beoogde opvanglocaties voor asielzoekers. Het college heeft niet binnen de wettelijke termijn van twaalf weken beslist op dit bezwaar, mede vanwege een adviescommissie en een opschorting wegens een incompleet bezwaar.

Eisers stelden het college op 15 november 2024 in gebreke en na het verstrijken van de termijn zonder besluit, werd het beroep bij de rechtbank ingediend. De rechtbank constateert dat het college de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep kennelijk gegrond is.

De rechtbank beveelt het college binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het besluit uitblijft. Tevens moet het college het griffierecht en proceskosten aan eisers vergoeden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 maart 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het college moet binnen twee weken alsnog beslissen op het bezwaar en betaalt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/8290

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 in de zaak tussen

[eiser].e.a. uit [plaats], eisers

(gemachtigde: mr. L. Prinsen),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eisers hebben ingesteld, omdat het college volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun bezwaar van 7 mei 2024 tegen het besluit van 27 maart 2024 waarmee het college beslist op het verzoek van eisers van 19 februari 2024 in het kader van de Wet open overheid om openbaarmaking van alle documenten die betrekking hebben op de beoogde opvanglocaties voor asielzoekers aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in [plaats].
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
2.1.
De rechtbank heeft het college op 19 december 2024 en op 14 februari 2025 verzocht om de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift in te dienen. Tot op heden heeft het college hieraan geen gehoor gegeven. Dit betekent dat de rechtbank op basis van de bij haar bekende stukken, ingediend door eisers, uitspraak zal doen.
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Eisers hebben het bezwaarschrift ingediend op 7 mei 2024. Het college moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is
.Omdat er een adviescommissie is, geldt in dit geval een termijn van twaalf weken. [2] Omdat het bezwaarschrift niet compleet was, heeft het college op 13 mei 2024 de beslistermijn opgeschort tot het bezwaar compleet was. [3] Op 10 juni 2024 was het bezwaar compleet. Het college had dus uiterlijk op 30 augustus 2024 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het college moet beslissen is inmiddels voorbij. Eisers hebben het college op 15 november 2024 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
Welke beslistermijn moet aan het college worden opgelegd?
4. Omdat het college nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.
Welke dwangsom wordt aan het college opgelegd?
5. De rechtbank bepaalt dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen, het college de onder 4. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het college de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden en krijgen eisers ook een vergoeding voor hun proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt het college op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat het college aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
  • bepaalt dat het college het griffierecht van € 371,- aan eisers moet vergoeden;
  • veroordeelt het college tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 17 maart 2025, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb.
3.Artikel 7:10, tweede lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:6, eerste lid, van de Awb.