ECLI:NL:RBZWB:2025:1537

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2025
Publicatiedatum
17 maart 2025
Zaaknummer
11477378 \ VV EXPL 25-2 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens ernstige overlast veroorzaakt door huurder

WonenBreburg vordert ontruiming van de woning van huurder vanwege ernstige overlast binnen het complex. De overlast betreft onder meer harde muziek, ruzies, agressie, overmatig middelengebruik en bedreigingen. Diverse meldingen, verklaringen van omwonenden en interne rapportages ondersteunen deze stellingen.

Huurder betwist de overlast en spoedeisendheid, wijst op eigen overlast en persoonlijkheidsproblematiek en stelt dat er hulp wordt geboden. De kantonrechter oordeelt echter dat huurder onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij bij de meeste overlast betrokken is en dat de overlast leidt tot ernstige tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen.

Gezien de ernst van de situatie, het veiligheidsbelang van omwonenden en het ontbreken van uitzicht op verbetering, acht de kantonrechter ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming gerechtvaardigd. De gevorderde termijn van veertien dagen voor ontruiming wordt als redelijk beschouwd. Huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen wegens ernstige overlast.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11477378 \ VV EXPL 25-2
Vonnis in kort geding van 13 maart 2025
in de zaak van
STICHTING WONENBREBURG,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: WonenBreburg,
gemachtigde: mr. M.M. de Cock,
tegen
[huurder],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: mr. T.M. ten Velde.

1.De zaak in het kort

[huurder] veroorzaakt ernstige overlast binnen het complex waar hij woont. WonenBreburg vordert daarom ontruiming van de woning van [huurder] . Hoewel er meer problematiek is in het complex, is de kantonrechter van oordeel dat [huurder] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij bij de meeste overlast betrokken is. Daarom wijst de kantonrechter de ontruiming toe. Hieronder licht de kantonrechter dit oordeel toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10
- de producties 1 tot en met 5 van [huurder]
- de aanvullende producties 11 tot en met 15 van WonenBreburg
- de mondelinge behandeling van 27 februari 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en waaraan de spreekaantekeningen van [huurder] zijn toegevoegd.

3.De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
- [huurder] huurt van WonenBreburg sinds 5 oktober 2023 de woning aan het [adres] (hierna: de woning). Het betreft een woning gelegen binnen een complex.
- Op de huurovereenkomst zijn Algemene Huurvoorwaarden WonenBreburg (verder: de AV) van toepassing. Daarin is onder meer opgenomen:

“3.1 U gedraagt zich als een goede huurder.

3.2
U schreeuwt of scheldt niet tegen buren, tegen onze medewerkers of personen die voor ons werken, of tegen andere mensen. U mag hen niet beledigen, bedreigen en/of intimideren. U gebruikt geen geweld. U veroorzaakt geen overlast in en om uw 'Woning', algemene ruimtes of andere ruimtes die u huurt. En u zorgt ervoor dat de personen die bij u wonen, uw bezoekers en uw huisdieren dit ook niet doen.
[…]
5. Verboden activiteiten in de 'Woning'
U mag de 'Woning' in ieder geval niet (geheel of gedeeltelijk) gebruiken voor de volgende activiteiten:
·
Verboden middelen (waaronder hennep) kweken, drogen, knippen, verwerken of verkopen;
·
Verboden middelen gebruiken, maken, telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
·
verstrekken, vervoeren, vervaardigen, aanwezig hebben;
·
Opslag van (milieu)gevaarlijke zaken (zoals bijvoorbeeld stank verspreidende, brandgevaarlijke of ontplofbare stoffen);
·
Andere activiteiten die in strijd zijn met de (Opium)wet.
U mag ook niet toelaten dat een ander dit doet. In de Opiumwet leest u wat verboden middelen zijn. Voor de verboden activiteiten uit dit artikel hebben wij een zero tolerance beleid, omdat hiervan bekend is dat deze vaak leiden tot schade, gevaarzetting, overlast, vervuiling, vandalisme, en criminaliteit aantrekken. Als er sprake is van een verboden activiteit, kunnen wij een procedure starten om de huurovereenkomst te beëindigen.”
- Op 4 juli 2024 heeft WonenBreburg een gesprek gehad met [huurder] naar aanleiding van over hem ontvangen overlastmeldingen, vaak voortvloeiend uit dronkenschap, aangetroffen lachgascilinders en agressie tegen de buurtbeheerder.
- Op 12 juli 2024 heeft WonenBreburg van dit gesprek een bevestiging gestuurd aan [huurder] . In deze bevestiging staat onder andere:
Lachgas
We hebben gesproken over de lege lachgascilinders die voor jouw woning stonden en welke we vervolgens in de containers in de containerruimte hebben aangetroffen. Lachgas valt voortaan onder de Opiumwet. In de algemene huurvoorwaarden die bij jouw huurcontract horen staat de volgende artikelen: […]
6.18.
Het is huurder evenmin toegestaan om in het gehuurde of in eventuele
gemeenschappelijke ruimten of een deel daarvan dan wel in de directe omgeving van het gehuurde qat, soft drugs, hard drugs of andere verboden middelen te verhandelen, te produceren of in groepsverband te gebruiken, te laten gebruiken of aanwezig te hebben. […]
WonenBreburg hanteert een zero tolerance beleid als het gaat om overtreding van
bovenstaande artikelen. Wat betekent dat wij in zulke gevallen naar de Rechter zullen gaan om te vragen om ontbinding van het huurcontract. In dit geval hebben we er voor gekozen om jou er eerst op aan te spreken en jou te waarschuwen dat het in strijd is met de regels van WonenBreburg. Dit is een uitzondering, wij hoeven dat niet te doen. We gaan er vanuit dat het duidelijk is voor jou en dat in de toekomst niet meer zal gebeuren. Je moet deze brief dus beschouwen als een waarschuwing.
Overlast
Daarnaast hebben we ook gesproken over overlastklachten. Je hebt aangegeven dat je jezelf enigszins herkent in het verhaal wat wij verteld hebben. Je hebt zelf aangegeven dat jij ook last hebt van andere mensen in jouw complex, dat je het gevoel hebt dat ze over jou praten en mensen tegen jou op willen zetten. Ons advies hierin is om rekening te houden met andere huurders en elkaar verder zo veel mogelijk met rust te laten. Het is ook leven en laten leven en daarom is het beter elkaar zoveel mogelijk te negeren.”
- In haar brief van 20 augustus 2024 heeft WonenBreburg [huurder] nogmaals uitgenodigd voor een gesprek, op 29 augustus, naar aanleiding van ontvangen klachten. Bij dat gesprek is [huurder] niet verschenen.
- In haar brief van 29 augustus 2024 heeft WonenBreburg aan [huurder] verzocht te stoppen met de overlast. In deze brief heeft zij onder andere geschreven:

U veroorzaakt overlast voor uw woonomgeving. Er is regelmatig sprake van heftige ruzie en intimidatie vanuit uw kant. Zodanig dat de politie ook gebeld is. U bent regelmatig erg onder invloed. Dit wordt als beangstigend ervaren door uw woonomgeving. Daarnaast is er sprake van veel aanloop naar de woning en geluidsoverlast van muziek. […] Onlangs hebt u ook een medewerker van een aannemer, werkend in opdracht van WonenBreburg, met de dood bedreigd. Dit is voor WonenBreburg onacceptabel.
[…]
In de algemene voorwaarden bij uw huurcontract staat dat u geen overlast of hinder mag veroorzaken voor omwonenden. Dit geldt ook voor uw bezoek. Ook staat er in de algemene voorwaarden dat u zich als een goed huurder dient de gedragen richting medewerkers of ingehuurde derden. U houdt zich dus op meerdere vlakken niet aan de afspraken.
[…]
Wij hadden u uitgenodigd voor een gesprek op kantoor op 29 augustus 2024, u bent
zonder tegenbericht niet op de afspraak verschenen. Daarom krijgt u nu deze brief. Met deze brief verzoek ik u dringend om ervoor te zorgen dat u (of uw bezoek) op geen enkele manier meer overlast veroorzaakt. Wanneer de overlast voort blijft duren zullen wij een juridische procedure starten en de rechter verzoeken de huurovereenkomst met u te ontbinden.”
- De politie en omwonenden hebben melding gemaakt van een ernstig incident in de nacht van 19 op 20 oktober 2024 waarbij [huurder] en zijn buurman waren betrokken.
- Op 18 november 2024 was er naar aanleiding daarvan een gesprek tussen WonenBreburg en [huurder] waarbij de moeder van [huurder] ook aanwezig was.
- Op 29 november 2024 heeft WonenBreburg aan [huurder] een brief gestuurd waarin zij aangeeft dat hij ernstige overlast veroorzaakt voor zijn woonomgeving en dat WonenBreburg de huurovereenkomst wil beëindigen. Om een rechtszaak te voorkomen heeft WonenBreburg [huurder] in de gelegenheid gesteld zelf de huurovereenkomst op te zeggen.
- Op 6 december 2024 heeft de gemachtigde van [huurder] betwist dat [huurder] ernstige overlast veroorzaakt en aangegeven dat hij zelf overlast ervaart van een medebewoner. Daarnaast heeft hij aangegeven dat [huurder] de huurovereenkomst niet zal opzeggen.
- Op 27 januari 2025 heeft WonenBreburg per brief aan [huurder] aangegeven dat zij opnieuw meldingen heeft ontvangen over zijn gedrag in en rondom de woning, waarbij de meldingen variëren van harde muziek, nachtelijke feestjes, vermoedelijk
lachgas-gebruik tot geluiden die wijzen op heftige ruzies met het verzoek dit gedrag te stoppen.

4.Het geschil

4.1.
WonenBreburg vordert samengevat - ontruiming van de woning aan [adres] .
4.2.
WonenBreburg legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder] ernstig gekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen op grond van de wet, de huurovereenkomst en de bijbehorende AV. Hij veroorzaakt namelijk ernstige overlast voor zijn omwonenden. Het gaat om harde muziek, ruzies met en zonder handgemeen, schreeuwen, overmatig middelengebruik (alcohol en lachgas), het uitdagen van medebewoners (onder meer in blote buik), zowel overdag (regelmatig al vroeg op de dag), als 's nachts, bedreigingen, het afplakken van camera's, schelden (veelvuldig met ziektes), et cetera. Ook zijn er meldingen van handel in lachgas en veelvuldig lachgas gebruik in en rondom het gehuurde (ook bij de politie) en zijn lachgascilinders aangetroffen in de algemene ruimtes, bij de containers.
4.3.
[huurder] voert verweer. [huurder] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van WonenBreburg.
4.4.
[huurder] betwist dat sprake is van spoedeisendheid. Ook betwist hij dat hij ernstige overlast veroorzaakt. De incidenten waarover het gaat zijn van voor december 2024. Er is inmiddels hulp en er is geen sprake meer van nieuwe incidenten. [huurder] heeft zelf regelmatig last van geluidsoverlast, hij wordt bedreigd en lastig gevallen door zijn buurman en in en rondom het complex worden verdovende middelen gebruikt. Hij voelt zich daarom niet veilig in en rondom zijn woning. Het staat niet als een paal boven water dat de huurovereenkomst in een bodemzaak zal worden ontbonden. In ieder geval moet zijn belang prevaleren boven dat van WonenBreburg.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Toetsingskader
5.1.
De kantonrechter stelt voorop dat toewijzing in kort geding van een vordering tot ontruiming van een woning een ingrijpende maatregel is, die diep ingrijpt in het woonrecht van de huurder en die in de praktijk vaak tot praktisch onomkeerbare gevolgen zal leiden. Een vordering tot ontruiming van een woning in kort geding kan daarom in beginsel alleen worden uitgesproken als voldoende waarschijnlijk is dat de bodemrechter, als het geschil in een bodemprocedure wordt voorgelegd, de huurovereenkomst zal ontbinden en de huurder tot ontruiming zal veroordelen. Bovendien moet de verhuurder een spoedeisend belang hebben bij de ontruiming, waardoor het voor de verhuurder bezwaarlijk is om de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten.
Spoedeisend belang5.2. De kantonrechter is van oordeel dat het vereiste spoedeisend belang aanwezig is, gelet op de stelling van WonenBreburg dat [huurder] al langere tijd ernstige overlast veroorzaakt aan omwonenden. Hierna beoordeelt de kantonrechter of de vordering van WonenBreburg in dit kort geding ook daadwerkelijk toewijsbaar is.
Beoordeling of toewijzing in een bodemprocedure voldoende waarschijnlijk is4.4. WonenBreburg heeft voor de onderbouwing van haar stelling dat [huurder] overlast veroorzaakt diverse verklaringen overgelegd.
Dit betreft enerzijds interne verklaringen. In het interne systeem van WonenBreburg (Interactielogposten) is onder andere vermeld op 23 februari 2024
“Gisteren (22-2-2024) Omstreeks 11:00 liep ik over de galerij van [huurder] [kantonrechter: [huurder] ]. [huurder] stond in zijn blote buik in de deur opening. [huurder] draaide luid muziek, en had een vriend op bezoek. [huurder] was op dit moment Bacardi aan het drinken met zijn vriend. […]. [huurder] verzocht geen overlast te veroorzaken voor de buurt. […] Omstreeks 16:45 word ik door een … van het complex gebeld. Deze was in paniek. …heeft woorden met [huurder] gehad nadat deze vroeg of [huurder] rustig wilt doen, en de muziek zachter wilt zetten. Ook zou [huurder] in zijn blote buik hebben staan schreeuwen tegen zijn (ex)vriendin dat het een kut hoer is waar zoontje bij is. … geeft aan dat het bij [huurder] vaker raak is de laatste tijd, en dat … complex om half 5 weer uit bed moest om te werken. Ik ben langs [huurder] gefietst. [huurder] was heel erg onder invloed. [huurder] heeft aangegeven te hebben staan schreeuwen […] [huurder] verzocht te stoppen met drinken aangezien hem dit niet gaat helpen in deze situatie. Ook gezegd dat [huurder] geen harde muziek meer moet gaan draaien omdat de rust voor de buren bewaard moet worden. […] [huurder] gaf aan het rustig te houden vanavond. Desondanks vanmorgen toch klachten binnen gekregen dat [huurder] in blote buik vanaf de galerij andere bewoners aan het uitdagen was. Vanmorgen bij [huurder] langs geweest. [huurder] gaf aan veel spijt te hebben van zijn gedrag [...]
Op 24 juni 2024 is vermeld: “
melding ontvangen van meerdere […] Kunnen niet slapen vanwege de herrie van [huurder] en bezoek. Melders durven niet bij [huurder] langs te gaan vanwege zijn onvoorspelbaarheid.”
Op 26 juni 2024 is vermeld dat de buurtbeheerder lachgascilinders heeft gevonden bij [huurder] en dat hij hem hiermee geconfronteerd heeft. In de vermelding van de buurbeheerder staat onder andere:
“Het gesprek was meteen grimmig. [huurder] riep waar ik voor kom. Uitgelegd dat ik maandag zakken voor de deur aangetroffen heb waar (lege) cilinders lachgas in zitten en deze ondanks verzoeken niet te doen in de container vind. [huurder] werd woest, en riep hier niets mee te maken te hebben.[…] [huurder] gaf aan dat buren vast geklaagd hebben over hem. [huurder] stond ondertussen hevig te zwaaien met zijn armen, en leek zelfs te schuimbekken. [huurder] riep dat de buren die klagen hier spijt van gaan krijgen en ze helemaal kapot gaat maken. [huurder] haalt er allerlei randzaken bij die buren verkeerd doen.[…] De woede van [huurder] richtte zich vervolgens op mij. Ik ben volgens [huurder] een kankerlijer die de pik op hem heeft, en continu aan zijn deur kom. [huurder] er op gewezen dat dit een logisch gevolg van zijn gedrag is. Als [huurder] zich zou gedragen dan hoef ik immers niet langs te komen. [huurder] er op gewezen dat hij vaak al vroeg aan de sterke drank zit, en veel aanloop heeft die voor veel overlast zorgen. [huurder] verzocht zijn leven te beteren om dit te voorkomen. [huurder] bleef met kanker schelden aan mijn adres en de buren en dat we binnenkort merken dat hij serieus is. Ik bij [huurder] aangegeven dat hij veel te ver gaat, en ik ben vervolgens vertrokken omdat ik op deze manier geen veilig gesprek kan voeren.”
Op 19 augustus 2024 is een vergelijkbare melding gemaakt dat sprake was van geluidsoverlast onder invloed en bedreiging door [huurder] . Ook is vermeld dat er later die dag een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen de wijkbeheerder en [huurder] , waarin [huurder] heeft aangegeven dat er over en weer gedreigd werd, de wijkbeheerder heeft geadviseerd om de politie te bellen en dat [huurder] heeft aangegeven “
dit niet te doen en zaken zelf op te lossen.”
Op 3 oktober 2024 is vermeld dat sprake was van een hoogoplopende ruzie waarbij [huurder] betrokken was en ernstig mishandeld is en waarbij de politie is ingeschakeld.
Op 22 oktober 2024 is vermeld dat de buurtbeheerder navraag heeft gedaan bij de politie of [huurder] al aangifte had gedaan, maar dat dat niet het geval was.
Op 24 oktober 2024 staat vermeld dat de buurtbeheerder bij [huurder] langs is geweest om het voorval te bespreken. Daarover vermeldt hij:
“Aangegeven dat ik blij ben dat dit niet erger is afgelopen. Aangegeven dat het hele hofje behoorlijk is geschrokken van de geweld uitspatting. Aangegeven dat [huurder] er weer bij betrokken is, en wederom onder invloed was. [huurder] geeft aan dat het allemaal wel meevalt […].”
Ook op 5 en 20 november 2024 is melding gemaakt van een ernstig incident en het gooien van spullen door een vriend van [huurder] , terwijl [huurder] daar niet tegen optrad. In verband met het gesprek dat plaatsvond op 18 november 2024 tussen de wijkbeheerder, de woonconsulent, [huurder] en zijn moeder, staat vermeld:
“Hij verlaat scheldend (en agressief) de spreekkamer en vervolgens het pand van WBB. Hiervan is een agressie-melding opgemaakt”In een e-mailbericht van 13 januari 2025 heeft de buurbeheerder aan de woonconsulent onder meer geschreven:
“Meerdere bewoners melden dat er afgelopen zaterdag op zondag nacht erg onrustig was in de [adres] . Harde muziek, veel aanloop en luidruchtig gedrag houdt andere bewoners uit hun slaap. […]. Bewoners bevraagd waarom ze politie niet hebben gebeld nav de onrust. Bewoners melden allemaal dat ze bang zijn van [huurder] , en geen represailles willen. Bewoners melden los van elkaar dat ze iemand zo hard hebben horen schreeuwen in het appartement van [huurder] dat ze dachten dat deze werd vermoord. Bewoners melden allemaal dat ze helemaal klaar zijn met [huurder] en zijn losbandige gedrag. Bewoners durven [huurder] amper nog aan te spreken vanwege de onvoorspelbaarheid van de reactie van [huurder] .”
Anderzijds betreffen de overgelegde meldingen geanonimiseerde berichten van omwonenden. Dit gaat om diverse meldingen vanaf 22 februari 2024 tot en met 13 januari 2025 per e-mail en Whatsapp, waarin wordt geklaagd dat mensen zich niet veilig voelen, er sprake is van geluidsoverlast, schreeuwen, bedreigen, het gooien van spullen, het in- en uitlopen van verschillende mensen en politiebezoek. Daarbij wordt ook aangegeven dat het aanspreken van [huurder] op zijn gedrag niet heeft gewerkt en dat daarom een klacht wordt ingediend bij WonenBreburg. In een overgelegde klacht per e-mailbericht van 2 augustus 2024 van een medebewoner wordt aangegeven dat eerder is geklaagd en er nu weer sprake is van een onveilig gevoel bij deze bewoner doordat de ruit van [huurder] is ingegooid en de politie bij hem aan de deur is geweest. Daarnaast is een klacht van 6 september 2024 via het klachtenformulier overgelegd, waarin melding wordt gemaakt van verdachte personen bij het huis van [huurder] en de klager aangeeft bang te zijn. Tot slot heeft WonenBreburg een verklaring overgelegd van 9 augustus 2024 van een door haar ingehuurde schilder die werkzaamheden aan onder andere de deur van de vriendin van [huurder] uitvoerde. Deze schilder heeft verklaard dat hij na het uitvoeren van de werkzaamheden de sleutel wilde teruggeven, daarbij schrok van het hondje van de vriendin die hem beet, waardoor de sleutels harder neerkwamen dan bedoeld. Hierop heeft [huurder] hem volgens de schilder uitgescholden en bedreigd, waarbij de schilder heeft verklaard: “
Hij zette zijn voorhoofd bijna tegen mijn voorhoofd aan terwijl hij schreeuwde dat hij mij naar beneden zou gooien en de tanden uit mijn mond zou slaan. Ook heeft hij gedreigd mij neer te steken. Hij leek hierbij zelf ook onder invloed van drank te zijn.”
Naast deze meldingen, heeft WonenBreburg diverse filmpjes en geluidsopnames in het geding gebracht.
5.3.
[huurder] heeft betwist dat hij ernstige overlast heeft veroorzaakt. Omdat de meldingen bijna allemaal anoniem zijn, is het lastig voor hem om daar inhoudelijk op te reageren. Het gebruik van lachgas in het verleden heeft hij erkend, maar dit is volgens [huurder] niet meer aan de orde. Er speelt volgens hem van alles in het complex. Daarbij heeft [huurder] gesteld dat hij zelf regelmatig last heeft van geluidsoverlast, dat hij wordt bedreigd en lastig gevallen door zijn buurman en dat er in en rondom het complex verdovende middelen worden gebruikt. De filmpjes en geluidsfragmenten geven daar een beeld van, niet van de betrokkenheid van [huurder] . Hij kan daarom ook moeilijk aarden in zijn woning. Wat betreft de schilder heeft [huurder] aangevoerd dat deze onaangekondigd en zonder toestemming zijn woning betrad. Tot slot heeft [huurder] aangegeven dat hij bekend is met persoonlijkheidsproblematiek, maar dat daarom begeleiding is aangevraagd. Als hij zijn woning uit moet, kan hij nergens terecht.
5.4.
De kantonrechter is van oordeel dat [huurder] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij ernstige overlast veroorzaakt. Enerzijds zijn de overgelegde filmpjes en geluidsfragmenten niet voldoende toegelicht en duidelijk om daaruit te kunnen afleiden dat het hier om overlast door [huurder] betreft. Anderzijds betwist WonenBreburg ook niet dat ook anderen betrokken waren bij enkele incidenten, maar wel stelt zij dat [huurder] bij het merendeel van de incidenten betrokken is. De kantonrechter constateert dat er meerdere verklaringen van omwonenden zijn dat zij - zowel overdag als ook ’s nachts - ernstige overlast ondervinden van geschreeuw en ruzies waarbij [huurder] betrokken is, dat zij hem daarop hebben aangesproken, maar dit vanwege zijn reactie niet meer durven te doen. Dat de meldingen grotendeels anoniem zijn, maakt dat naar het oordeel van de kantonrechter niet anders, omdat deze klachten ook terug zijn te vinden in de interactielogposten van WonenBreburg. Bovendien heeft de wijkagent verklaard dat er bij de politie in 2024 in totaal 11 meldingen zijn ontvangen over [huurder] en zijn gedrag en in 2025 2 meldingen.
Ook het feit dat beide partijen ervan uitgaan dat persoonlijkheidsproblematiek en middelen gebruik (mede) een oorzaak hiervan zijn, neemt niet weg dat meerdere omwonenden ernstige overlast ondervinden van het gedrag van [huurder] en zijn bezoekers. [huurder] heeft niet betwist dat WonenBreburg hierover meerdere keren met hem het gesprek is aangegaan, zowel bij hem thuis als op kantoor. Ook heeft [huurder] niet betwist dat WonenBreburg hem niet alleen heeft aangesproken op zijn gedrag, maar dat ook besproken is wat hij kan doen als hij zelf overlast heeft van anderen in het complex, te weten in gesprek gaan, negeren, maar ook melden bij de politie.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [huurder] toegelicht dat hij inmiddels bezig is met hulp van Siem om doelen te stellen, waarbij zijn belangrijkste doel is om in de woning te blijven. Beide partijen vragen zich echter wel af of deze hulp voldoende vergaand is om de oorzaak aan te pakken. Dat geldt te meer, omdat ook in 2025, na het inschakelen van de hulp, nog overlastmeldingen zijn ontvangen.
5.5.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat door de ernstige overlast sprake is van een ernstige tekortkoming van [huurder] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de wet en de overeenkomst met AV. Het is daarmee erg aannemelijk dat de tekortkoming al dan niet in samenhang met andere tekortkomingen in een eventuele bodemprocedure in beginsel ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigen en dat het woonbelang van [huurder] gezien alle omstandigheden onvoldoende zwaarwegend is om van ontbinding af te zien. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat de overlast en het gedrag van [huurder] voor meerdere omwonenden zodanig is dat zij zich niet meer veilig voelen in het complex en zelfs bang zijn om te melden. Dit, terwijl het de verantwoordelijkheid van WonenBreburg is om te zorgen voor een leefbare en veilige woonomgeving van haar huurders. Bovendien biedt de situatie van [huurder] vooralsnog geen, althans onvoldoende perspectief op blijvende verbetering.
De kantonrechter wijst de ontruiming toe4.7. De kantonrechter is daarnaast van oordeel dat van WonenBreburg in de gegeven omstandigheden, gezien de ernst van de overlast en het gebrek aan uitzicht op blijvende verbetering, niet verlangd kan worden dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De kantonrechter zal daarom de vordering tot ontruiming van de woning toewijzen. Ook de daarbij gevraagde termijn van veertien dagen zal worden toegewezen, omdat deze termijn over het algemeen gebruikelijk en redelijk is en [huurder] niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft dat hij voldoende belang heeft bij een ruimere termijn.
[huurder] moet de proceskosten betalen
5.6.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WonenBreburg worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,45
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
814,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.228,45
5.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van WonenBreburg zijn, en de sleutels af te geven aan WonenBreburg,
6.2.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.228,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt [huurder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 [huurder] over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2025.