ECLI:NL:RBZWB:2025:1459
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning en aanslag OZB
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg is vastgesteld op €283.000 per 1 januari 2022. Tevens is bezwaar gemaakt tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) die op basis van deze waarde is opgelegd.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix en vergelijkingsmethode, waarbij drie referentiewoningen zijn gebruikt die voldoende vergelijkbaar zijn qua ligging, bouwjaar en oppervlakte. Er is rekening gehouden met verschillen zoals aanbouwen, berging, overkapping, onderhoudstoestand, en duurzaamheidsniveau.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met gedateerde voorzieningen, matige onderhoudstoestand, enkele beglazing en de bereikbaarheid van zolders. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar hiervoor voldoende neerwaartse correcties heeft toegepast en dat de duurzaamheidsaspecten zijn verdisconteerd in de verkoopcijfers van vergelijkbare woningen.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan en de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €283.000 blijft gehandhaafd.