ECLI:NL:RBZWB:2025:1432

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 maart 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
25/902 VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Versnelde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen een besluit van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden over de verrekening van een vordering met hun bijstandsuitkering. Zij hebben vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De rechtbank heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht besloten de zaak zonder zitting te behandelen. Verzoekers zijn bij aangetekende brief gewezen op hun verplichting tot betaling van griffierecht binnen twee weken, met de waarschuwing dat niet-betaling kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.

Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/902

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 maart 2025 in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [plaats], verzoekers

(gemachtigde: mr. M. Kaplan),
en
Het dagelijks bestuur van gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden (dagelijks bestuur), verweerder.

Inleiding

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 januari 2025 (bestreden besluit) inzake de verrekening van een vordering met hun bijstandsuitkering door het dagelijks bestuur. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van Pro de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.
2. Verzoekers zijn bij aangetekende brief van 19 februari 2025 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoekers is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoekers zijn er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 12 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
voorzieningenrechter
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.