Uitspraak
[de eenmanszaak],
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
4.De beslissing
woensdag 19 maart 2025 om 10.00 uur;
woensdag 19 maart 2025 te 09.00 uurvoor een conclusie van antwoord door [persoon] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak betreft het een huurgeschil over bedrijfsruimte waarbij de gedaagde in het incident toestemming vordert om een B.V. in vrijwaring te mogen oproepen. De B.V. heeft de eenmanszaak van de gedaagde per 1 november 2024 overgenomen, inclusief debiteuren, crediteuren en huurovereenkomst.
Eiseres in de hoofdzaak voert aan dat de huurachterstand is ontstaan voordat de B.V. betrokken was en dat zij niet verantwoordelijk is voor de betalingsproblemen. Tevens vreest zij vertraging door de vrijwaringsprocedure, wat disproportioneel zou zijn gezien de hoge huurachterstand en schade.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot vrijwaring kan worden toegewezen indien een rechtsverhouding bestaat die een verplichting tot vrijwaring kan meebrengen. Gezien de overnameovereenkomst is dit aannemelijk. Vertraging is ongegrond omdat de hoofdzaak en vrijwaringszaak gescheiden behandeld kunnen worden. De vordering wordt toegewezen en de proceskosten worden gecompenseerd. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor een conclusie van antwoord zonder verdere uitstel.
Uitkomst: De vordering tot oproeping in vrijwaring wordt toegewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.