ECLI:NL:RBZWB:2025:127
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Moerdijk
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te een plaats, vastgesteld op 451.000 euro per 1 januari 2022, en tegen de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de aanslag. Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld vanwege de ligging op een industrieterrein met overlast en de staat van de woning.
De rechtbank beoordeelde de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in nabijgelegen plaatsen werden gebruikt. Hoewel één referentiewoning iets buiten de gebruikelijke termijn lag, achtte de rechtbank deze toch bruikbaar en verwierp het verzoek om een nabijgelegen buurpand als referentie te gebruiken vanwege een te recente verkoopdatum.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in ligging en voorzieningen, waaronder een neerwaartse correctie van circa 30% vanwege slechte ligging en overlast. Nieuwe argumenten over scheurvorming en het ontbreken van een berging werden te laat ingebracht en buiten beschouwing gelaten. Ook het argument dat de WOZ-waarde te sterk was gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar werd verworpen, omdat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele feiten.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB is ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.