Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [naam 1] , verpleegkundig specialist;
- mevrouw [naam 2] , senior agoog.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 februari 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis. Betrokkene verblijft in een ggz-instelling en is recent overgestapt op andere medicatie, waarbij nog onzekerheid bestaat over de stabiliteit van zijn toestand.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist en een senior agoog gehoord. De verpleegkundig specialist lichtte toe dat betrokkene risico loopt op ernstig nadeel door zijn stoornis, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang, en dat verplichte zorg noodzakelijk blijft om terugval te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene een psychische stoornis heeft die leidt tot ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg niet toereikend is. Daarom werd de zorgmachtiging verleend voor twaalf maanden, met de toegestane zorgvormen: medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en opname. Andere gevraagde zorgvormen werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
De beslissing is genomen met het oog op het stabiliseren van betrokkene en het waarborgen van zijn veiligheid en die van zijn omgeving. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met specifieke verplichte zorgvormen voor betrokkene.