Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet omdat hij als bromfietser op een fietspad reed terwijl hij volgens de verkeersregels de rijbaan had moeten gebruiken. Betrokkene stelde dat hij niet op de Kloosterlaan reed, maar op de Boschstraat, een fietspad/fietsstraat waar brom- en snorfietsers zijn toegestaan. De verbalisant verklaarde echter dat betrokkene over het fietspad reed, wat voldoende bewijs vormt voor de overtreding.
De kantonrechter overwoog dat in zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is om de gedraging vast te stellen, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel rechtvaardigen. Dit was niet het geval.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak is gedaan door kantonrechter K. Verschueren op 21 januari 2025. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.