Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene, een vluchteling uit Oekraïne, kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een bromfiets, geconstateerd via RDW-registercontrole op 26 april 2023. Betrokkene stelde dat hij onvoldoende op de hoogte was van de Nederlandse wetgeving en dat hij door taal- en communicatieproblemen de boete niet tijdig kon begrijpen. Na ontvangst van de beschikking heeft betrokkene het voertuig verzekerd.
De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, maar de kantonrechter oordeelde dat dit ten onrechte was omdat een geldige machtiging aanwezig was. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding vaststaat en dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor het verzekeren of schorsen van het voertuig.
Gezien de bijzondere omstandigheden, waaronder de vluchtelingenstatus en de inspanningen van betrokkene om de situatie te herstellen, matigde de kantonrechter de boete tot €210 plus administratiekosten. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot het terugbetalen van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van €1.230,50. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd tot €210 met toekenning van proceskostenvergoeding.