Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden op een fietspad tijdens een keer-manoeuvre op 20 september 2021 te Tilburg. Betrokkene voerde aan dat er geen duidelijke aanduiding was van de doodlopende weg en dat het rijden op het fietspad noodzakelijk was om veilig te keren. Tevens stelde gemachtigde dat het zaakoverzicht niet was ontvangen, waardoor het verdedigingsbelang was geschaad en er sprake was van schending van artikel 7:18 Awb Pro en artikel 6 EVRM Pro.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter overwoog dat het opleggen van een tweede boete vóór de verzending van de eerste boetebeschikking in strijd is met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (versie augustus 2018). Dit beleidskader stelt dat een betrokkene pas na ontvangst van de eerste boete zijn gedrag kan aanpassen.
Gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 februari 2023 werd het beroep gegrond verklaard en de boetebeschikking vernietigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €1.392,25 toegekend en het bedrag van €159,- aan zekerheidstelling terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking vernietigd wegens strijd met het beleidskader digitale handhaving.