Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(feiten 1, 2 en 3)en dat verdachte (ernstig) gevaar op de weg heeft veroorzaakt
(feit 4).
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
(feiten 1, 2 en 3)en dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige gevaarzetting op de weg waardoor levensgevaar bestond voor anderen
(feit 4 primair).
(feit 1)niet kan worden bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte met zeer forse snelheid richting de politiebus is gereden en ook niet dat hij de politiebus rakelings is gepasseerd. Verdachte ontkent de verbale uitlatingen te hebben gedaan. Ze zijn bovendien onvoldoende concreet om van een afzonderlijke bedreiging te kunnen spreken.
(feit 2)en [verbalisant 4]
(feit 3)kunnen evenmin worden bewezen. In beide gevallen is sprake van een één tegen één verklaring, waarbij de belastende verklaring van de verbalisant steeds niet als overtuigend kan worden aangemerkt.
(feit 4 primair)niet kan worden bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat door de aan verdachte verweten verkeersgedragingen gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot overtreding van artikel 5 van Pro de WVW
(feit 4 subsidiair).
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrij van feit 2 en feit 4 primair;
een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 97 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een taakstraf van 120 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
60 dagen;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
een taakstraf van 30 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
15 dagen;
[verbalisant 1]van € 350,00 voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
[verbalisant 4]van € 350,00 voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
ten uitvoer zal worden gelegd,
taakstraf van 40 uur;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
20 dagen;