Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 januari 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die op 19 januari 2024 was opgenomen vanwege een acute psychische stoornis.
Tijdens de mondelinge behandeling werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals medisch personeel waaronder een arts-assistent en psychiater. Betrokkene gaf aan zich weinig te herinneren van de crisisperiode, maar erkende verbetering dankzij de geboden zorg en wilde vrijwillig meewerken aan verdere behandeling, bij voorkeur ambulant en met een opname van maximaal één tot twee dagen.
De psychiater en arts-assistent bevestigden dat betrokkene aanvankelijk delirant en agressief was, maar inmiddels rustiger en herstellende. De oorzaak van het delier werd vermoed in een longinfectie of plotselinge middelenonttrekking. Voor volledig herstel is nader onderzoek nodig, en nazorg is vereist om terugval te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel aan de voorwaarden voor verlenging van de crisismaatregel is voldaan, betrokkene zich niet verzet tegen noodzakelijke zorg en een minder bezwarend alternatief beschikbaar is. Daarom werd het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen omdat betrokkene zich niet verzet tegen noodzakelijke zorg en een minder bezwarend alternatief beschikbaar is.