Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Het verzoek
3.De standpunten
4.De beoordeling
- beperken van de bewegingsvrijheid;
4.Beslissing
- beperken van de bewegingsvrijheid;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 januari 2024 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot wijziging van een eerder afgegeven zorgmachtiging voor een betrokkene met psychotische klachten. De zorgmachtiging, oorspronkelijk verleend op 3 april 2023, voorzag in verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking en toezicht.
De officier van justitie verzocht om uitbreiding van deze zorgvormen met extra beperkingen, waaronder controle op gedragbeïnvloedende middelen, vanwege terugkerend middelengebruik dat leidt tot psychotische ontregeling. De betrokkene ervaart de verplichte opname als isolement en betwist het gebruik van de toegekende medicatie, terwijl zijn advocaat stelt dat er geen nieuwe feiten zijn die wijziging rechtvaardigen.
De verpleegkundig specialisten bevestigen dat middelengebruik en psychotische symptomen zoals hallucinaties en paranoïde wanen het behandelproces bemoeilijken. De rechtbank concludeert dat minder bezwarende alternatieven ontbreken en dat de uitbreiding van verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk is om de veiligheid en behandeling van betrokkene te waarborgen.
De zorgmachtiging wordt daarom gewijzigd en uitgebreid met aanvullende zorgvormen tot 3 april 2024, waaronder bewegingsbeperking, toezicht, opname en controle op middelengebruik. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk bevestigd.
Uitkomst: De zorgmachtiging wordt gewijzigd en uitgebreid met extra verplichte zorgvormen tot 3 april 2024.