Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig langer dan 6 meter en hoger dan 2,4 meter op een verboden plek aan de Vinkenlaan te Made op 11 januari 2023 om 20:50 uur. Betrokkene stelde dat er sprake was van stilstaan vanwege laden en lossen en dat er geen bebording was die het parkeerverbod duidelijk maakte.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde op basis van de verklaring van de verbalisant en het aanwijzingsbesluit van de gemeente Drimmelen dat de gedraging wel had plaatsgevonden en dat betrokkene niet op het juiste gedeelte had geparkeerd. Er was geen activiteit rondom het voertuig zichtbaar op de foto.
De kantonrechter vond echter dat het voor betrokkene onvoldoende kenbaar was dat het voertuig daar niet mocht staan, omdat de verhouding tussen artikel 5:8 en Pro 5:9 van de APV onduidelijk was. Daarom werd de boete gematigd tot nihil en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €109,- terug te betalen.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond; boete gematigd tot nihil en teveel betaalde zekerheid terugbetaald.