Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het stilstaan met een voertuig op het trottoir te Roosendaal op 13 juli 2022. Hij stelde beroep in tegen de boete omdat hij zijn lekgestoken band moest verwisselen en zijn auto moest inladen, zonder het overige verkeer te hinderen. Tevens voerde hij persoonlijke omstandigheden aan, waaronder lopende betalingsregelingen en ernstige ziekte.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar verzocht de kantonrechter om matiging van de boete vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding voldoende was bewezen aan de hand van de verklaring van de verbalisant en foto’s.
Hoewel de boete terecht was opgelegd, achtte de kantonrechter de persoonlijke omstandigheden en procedurele tekortkomingen voldoende reden om de boete te matigen tot nihil. Tevens werd het teveel betaalde bedrag als zekerheidstelling aan betrokkene terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens parkeren op het trottoir is gematigd tot nihil vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden en schending van de hoorplicht.