ECLI:NL:RBZWB:2024:9503

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 december 2024
Publicatiedatum
12 februari 2025
Zaaknummer
10741281 \ MB VERZ 23-352
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens parkeren op trottoir met matiging boete

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het stilstaan met een voertuig op het trottoir te Roosendaal op 13 juli 2022. Hij stelde beroep in tegen de boete omdat hij zijn lekgestoken band moest verwisselen en zijn auto moest inladen, zonder het overige verkeer te hinderen. Tevens voerde hij persoonlijke omstandigheden aan, waaronder lopende betalingsregelingen en ernstige ziekte.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar verzocht de kantonrechter om matiging van de boete vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding voldoende was bewezen aan de hand van de verklaring van de verbalisant en foto’s.

Hoewel de boete terecht was opgelegd, achtte de kantonrechter de persoonlijke omstandigheden en procedurele tekortkomingen voldoende reden om de boete te matigen tot nihil. Tevens werd het teveel betaalde bedrag als zekerheidstelling aan betrokkene terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete wegens parkeren op het trottoir is gematigd tot nihil vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden en schending van de hoorplicht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer.: 10741281 \ MB VERZ 23-352
CJIB-nummer: 1062 5422 5129 0348
uitspraakdatum: 12 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de [straat] te Roosendaal op 13 juli 2022 om 12:57 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene moest zijn band, welke was lek gestoken, verwisselen. Daarnaast moest betrokkene ook zijn auto inladen. Betrokkene hinderde geen overig verkeer en stond voor zijn eigen huis geparkeerd. Ter zitting heeft betrokkene over het niet stellen van zekerheid aangevoerd dat betrokkene tot 2026 betalingsregelingen heeft lopen bij de Belastingdienst. Daarnaast is betrokkene al langere tijd ernstig ziek.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op de foto’s in het dossier is duidelijk te zien dat het voertuig van betrokkene met vier wielen op het trottoir staat. De gedraging kan dan ook voldoende worden vastgesteld. Voor matiging wegens persoonlijke omstandigheden refereert de zittingsvertegenwoordiger zich aan het oordeel van de kantonrechter. Verder is betrokkene bij de officier van justitie niet gewezen op het recht om gehoord te worden. Vanwege deze schending van de hoorplicht verzoekt de zittingsvertegenwoordiger de boete te matigen met 25%. Voorts is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete nogmaals te matigen met 25%.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De gedraging kan voldoende worden vastgesteld. De betrokkene had zich ervan moeten vergewissen of parkeren op een bepaalde plek is toegestaan.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: