Op 2 januari 2023 reed verdachte zonder rijbewijs en negeerde een stopteken van de politie in Breda, waarna een achtervolging ontstond. Tijdens deze rit werden meerdere ernstige verkeersovertredingen begaan, waaronder rijden met hoge snelheid in een woonwijk, door rood licht rijden en tegen de rijrichting inrijden. Verdachte had opzet op het overtreden van de verkeersregels om aan de politie te ontkomen.
De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk voor het feit van rijden zonder rijbewijs, omdat verdachte daarvoor reeds onherroepelijk was veroordeeld. Voor het gevaarlijk rijgedrag was de rechtbank wel ontvankelijk. Hoewel het rijgedrag gevaar veroorzaakte, was er onvoldoende bewijs voor concreet levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel, waardoor verdachte werd vrijgesproken van artikel 5a Wegenverkeerswet.
De rechtbank achtte het subsidiaire feit van het veroorzaken van gevaar op de weg bewezen en veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 50 uur, vervangende hechtenis van 25 dagen, en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder haar schuldbewustzijn en positieve stappen, werden meegewogen in de strafoplegging.