Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat zij als bromfietser niet de rijbaan gebruikte terwijl er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig was op de Sint Janstraat te Breda. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege wegwerkzaamheden die haar dwongen uit te wijken en de onzichtbaarheid van het verkeersbord. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting erkende de kantonrechter dat de gedraging vaststaat, maar achtte de situatie onduidelijk door de werkzaamheden. Tevens was betrokkene niet gewezen op het recht om gehoord te worden, wat een schending van de hoorplicht inhoudt. De kantonrechter besloot daarom de boete te matigen tot € 40,- plus administratiekosten.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moest worden terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 40,- plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.