Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden op het trottoir of fietspad op de Visserstraat te Breda op 17 oktober 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de boete onredelijk was vanwege verkeerssituatie en omleidingsborden die het rijden in de Tolburgstraat toestonden.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting toonde betrokkene foto's van de situatie ten tijde van de gedraging en de huidige situatie. De officier van justitie kon echter niet aantonen dat het relevante verkeersbord op de dag van de overtreding aanwezig was.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging heeft plaatsgevonden, mede omdat het ontbreken van het verkeersbord niet kon worden weerlegd. Hierdoor is de boete ten onrechte opgelegd. De beschikking en beslissing worden vernietigd en het betaalde bedrag van €159,- wordt terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boetebeschikking vernietigd.