AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand wegens ontbreken strafzaak
Verzoekster heeft op 26 juli 2024 een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten rechtsbijstand ten laste van de Staat, ter hoogte van €34.800,12. De rechtbank heeft op 9 december 2024 het onderzoek gehouden waarbij de officier van justitie en de gemachtigde van verzoekster zijn gehoord.
De officier van justitie stelde dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat er geen sprake is van een strafzaak. De rechtbank oordeelde dat het feit dat verzoekster door het Waterschap Scheldestromen is gehoord onvoldoende is om te spreken van een strafzaak. Er heeft geen contact plaatsgevonden tussen het Openbaar Ministerie en verzoekster of haar advocaten.
Daarom is niet voldaan aan het vereiste van een strafzaak in de zin van artikel 530 SvPro en is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. De beslissing is op 23 december 2024 genomen en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wegens ontbreken van een strafzaak.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 24-018727
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 vanPro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster] B.V.
Gevestigd te [adres]
hierna te noemen: de verzoekster.
1.De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 26 juli 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 vanPro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 34.800,12, € 34.800,12, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 9 december 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en de heer [gemachtigde] als gemachtigde van verzoekster gehoord.
Verzoekster handhaaft het verzoek tot toekenning van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld het verzoek tot schadevergoeding niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat er geen sprake is van een ‘zaak’ in strafrechtelijke zin.
2.De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat het gegeven dat verzoekster door het Waterschap Scheldestromen is gehoord onvoldoende is om gezien te kunnen worden als een handeling jegens betrokkene waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen haar ter zake van een bepaalde strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een vervolging zal worden ingesteld. Er heeft nimmer contact plaatsgevonden tussen het Openbaar Ministerie en verdachte of haar advocaten. Derhalve is geen sprake van “een zaak” als bedoeld in artikel 530 SvPro.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekster niet in haar verzoek kan worden ontvangen.
3.De beslissing
De rechtbank verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beslissing is op 23 december 2024 genomen door mr. J.P.M. Hopmans rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.