Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
27 december 2024 en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de andere ouder met gezag, te weten de moeder, verleend met ingang van (eveneens) 13 december 2024 tot
27 december 2024. Het resterende verzoek van de Raad is voor het overige aangehouden. Deze beslissing is op 18 december 2024 schriftelijk uitgewerkt.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
13 maart 2025.
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.