Uitspraak
[bedrijf],
de besloten vennootschap [B.V. 2],
3 de vennootschap onder firma [V.O.F.] ,
de vennootschap onder firma [V.O.F.],
de vennootschap onder firma [V.O.F.],
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 86,00+
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser vorderde betaling van openstaande facturen van werkzaamheden verricht voor meerdere ondernemingen, waaronder twee ontbonden besloten vennootschappen en een vennootschap onder firma (VOF). De rechtbank stelde vast dat de ontbonden vennootschappen niet meer bestonden bij dagvaarding, waardoor eiser niet-ontvankelijk is jegens deze partijen.
De kantonrechter beoordeelde vervolgens de vraag welke ondernemingen bij de overeenkomst betrokken waren en welke partijen de facturen dienden te voldoen. De overeenkomst van opdracht werd geacht te zijn gesloten met de VOF en de ontbonden vennootschappen, vertegenwoordigd door hun bestuurders en vennoten. De facturering op basis van daadwerkelijk gemaakte uren was geoorloofd, ondanks eerdere vaste kwartaalbedragen.
De rechtbank verwierp de aansprakelijkheid van aandeelhouders en bestuurders voor de schulden van de vennootschappen, aangezien onvoldoende bijzondere omstandigheden waren gesteld. Ten aanzien van de VOF werd een deel van de vordering toegewezen, waarbij een restantbedrag van € 272,25 exclusief btw werd toegewezen met contractuele rente vanaf 3 juni 2022. Tevens werd de VOF veroordeeld in de proceskosten. De vorderingen tegen de ontbonden vennootschappen werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk jegens ontbonden vennootschappen; VOF wordt veroordeeld tot betaling van € 313,09 plus rente en proceskosten.