ECLI:NL:RBZWB:2024:9193

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
3 januari 2025
Zaaknummer
11163174 \ MB VERZ  24-773
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens overtreden geslotenverklaring in Breda

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in een straat met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op 28 februari 2023 in Breda. Betrokkene stelde zich de situatie niet exact te herinneren en voerde aan dat hij achteruit reed om zijn auto te keren, waarbij hij de geslotenverklaring niet moedwillig had overtreden. Zijn partner verklaarde dat hij de bestuurder was en dat hij de vooraankondiging mogelijk gemist had door de drukte van borden en dranghekken.

De officier van justitie betoogde dat de foto, gemaakt door een camera die voertuigen fotografeert zodra zij de geslotenverklaring passeren, voldoende bewijs levert dat betrokkene de straat is ingereden. De kantonrechter stelde vast dat betrokkene inderdaad over de grens van de geslotenverklaring was gereden, ook al was hij op de foto achteruit aan het rijden.

De kantonrechter erkende echter dat de verkeerssituatie verwarrend was vanwege langdurige wegwerkzaamheden en dat de vooraankondiging eerder dan normaal was geplaatst. Gezien deze omstandigheden en het feit dat betrokkene zijn fout probeerde te herstellen, matigde de kantonrechter de boete tot € 50,- plus administratiekosten. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.

Uitkomst: De boete wegens overtreden geslotenverklaring wordt gematigd tot € 50,- plus administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11163174 \ MB VERZ 24-773
CJIB-nummer : 1062 5422 5632 2928
uitspraakdatum : 3 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens betrokkene is haar partner, dhr. [partner], verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 28 februari 2023 om 18:09 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt zich de situatie niet exact meer te kunnen herinneren aangezien de situatie verwarrend was. De weg naar links was met een hekwerk afgesloten. Betrokkene zag geen andere mogelijkheid dan de rijbaan te volgen. Hij wilde zijn auto bij de parkeergarage Concordia parkeren. Uit de foto blijkt dat hij achteruit reed aangezien de achteruitrijverlichting brandt. Kennelijk reed hij achteruit terug en is hij de straat niet ingereden.
Ter zitting heeft dhr. [partner] hieraan toegevoegd dat hij de bestuurder was en dat hij nooit in Breda komt. Indien er een bord met een vooraankondiging stond, heeft hij deze gemist aangezien het te druk was met verschillende borden, informatiebroden en dranghekken. Ter zitting heeft hij zijn rijroute bekend gemaakt. Waar de foto – die in het dossier zit – is genomen, stelt betrokkene zijn voertuig te hebben gekeerd. Hij is niet in de straat bij het café/restaurant ‘Holy Moly’ geweest. Betrokkene stelt dat het geen moedwillige keuze was en dat hij gelijk heeft gehandeld om zijn auto om te keren. Er reed veel verkeer achter hem. Hierdoor zag hij geen mogelijkheid om zijn auto stil te zetten en alle bebording te gaan lezen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op de foto is het voertuig van betrokkene zichtbaar. De camera is zo ingesteld dat er een foto wordt gemaakt op het moment dat een voertuig de grens van de geslotenverklaring passeert. Betrokkene is tot de plek gereden waar dat niet meer mocht, waardoor de camera een foto heeft gemaakt. Er zijn voor een langere periode in de binnenstad van Breda werkzaamheden geweest en daarbij is de Markendaalseweg ook tijdelijk afgesloten geweest. De vooraankondiging van de geslotenverklaring op het wegdek en de daarbij horende bebording waren op het moment van de wegafsluiting nog eerder aangeven dan normaliter het geval is. Betrokkene had de vooraankondiging tijdig moeten opmerken en ernaar moeten handelen, zodat hij niet op deze locatie uitkwam.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter stelt vast dat betrokkene de straat is ingereden. De camera staat op een zodanige manier opgesteld dat hij pas een voertuig fotografeert indien deze over de grens van de geslotenverklaring is gereden, ook als het maar een klein stukje is. Dat betrokkene op de foto al achteruit aan het rijden was maakt dit niet anders. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de vooraankondiging ver van tevoren staat aangegeven en door de werkzaamheden nog eerder dan normaliter het geval is. De kantonrechter begrijpt dat het voor betrokkene een verwarrende verkeerssituatie was, zeker in de periode dat er wegwerkzaamheden in de binnenstad van Breda waren. De kantonrechter gelooft dat betrokkene niet moedwillig de keuze heeft gemaakt om de geslotenverklaring in te rijden en op het moment dat hij doorhad dat dit niet was toegestaan, is gedraaid. Aangezien betrokkene zijn fout probeert te herstellen zal de kantonrechter de boete matigen tot € 50,-
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 50,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 50,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: