Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een plek waar dat volgens verkeersbord E1 verboden is, namelijk op het Bellamypark te Vlissingen op 22 mei 2023 om 13:31 uur. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting van 14 november 2024 verscheen alleen de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene en zijn gemachtigde waren afwezig. De gemachtigde voerde aan dat het voertuig niet op de rijbaan stond maar in een berm of weggedeelte waar parkeren niet verboden was. De verbalisant verklaarde echter dat betrokkene zijn voertuig tegen de verhoogde trottoirrand bij een groenstrook had geparkeerd, een locatie waar parkeren niet is toegestaan ondanks dat een parkeerkaart zichtbaar in het voertuig lag.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en de bijgevoegde foto's voldoende bewijs vormen dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Er was geen reden om aan deze verklaring te twijfelen of om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens parkeren op een verboden locatie wordt ongegrond verklaard.