ECLI:NL:RBZWB:2024:9125

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 oktober 2024
Publicatiedatum
3 januari 2025
Zaaknummer
11273342 MB VERZ 24-1103
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens overtreden geslotenverklaring in Breda

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in een straat met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen (bord C12) op de Houtmarkt te Breda op 2 april 2023. Betrokkene voerde aan dat zij vanwege de chaotische situatie en omleidingen, gecombineerd met het overlijden van haar opa, niet anders kon handelen en het bord mogelijk over het hoofd zag.

De gemachtigde stelde dat sprake was van overmacht door de onduidelijke verkeerssituatie en gemoedstoestand van betrokkene. De officier van justitie en de kantonrechter oordeelden echter dat betrokkene onvoldoende bewijs had geleverd van de omleidingen en dat de verkeersborden duidelijk waren geplaatst. Bovendien moest betrokkene als onbekende in Breda extra aandacht aan de borden besteden.

De kantonrechter concludeerde dat de overtreding vaststaat en dat er geen reden is de boete te matigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11273342 \ MB VERZ 24-1103
CJIB-nummer : 4062 5422 5709 92557
uitspraakdatum : 16 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 2 april 2023 om 12:26 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat haar opa op de dag van de gedraging was overleden en dat zij op zoek was naar begrafeniskleding. Op de plek waar zij wilde parkeren was het erg chaotisch. Er waren omleidingen maar de borden waren niet te volgen. De tomtom (Google Maps) wist ook niet op welke manier zij op de plek van bestemming kon komen. Betrokkene stelt zich niet meer te kunnen herinneren dat zij ergens in is gereden waar dat niet mocht en heeft het idee dat het tijdstip niet klopt. Betrokkene komt niet uit Breda en is daar verder ook niet bekend. Gemachtigde stelt dat betrokkene zich in een overmachtssituatie bevond door de omleidingen en niet anders heeft kunnen handelen dan deze manier. Gemachtigde stelt dat betrokkene gezien haar gemoedstoestand en de omleidingen het betreffende C12 bord over het hoofd heeft gezien. Voorts verzoekt gemachtigde om het toewijzen van proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft niet met bewijstukken onderbouwd dat er ten tijde van de gedraging omleidingen waren in Breda. Rondom de geslotenverklaring waar betrokkene in is gereden staan verkeersborden die aangeven dat het een geslotenverklaring betreft. Hierdoor had het voor betrokkene duidelijk moeten zijn dat zij niet de betreffende straat in mocht rijden. Dat betrokkene niet bekend is in het centrum van Breda, maakt juist dat zij extra op de verkeersborden moet letten.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Betrokkene heeft niet met bewijstukken onderbouwd dat er ten tijde van de gedraging omleidingen waren in Breda waardoor de situatie zo onduidelijk was dat het haar niet te verwijten zou zijn dat zij de bebording heeft genegeerd. Dat betrokkene niet bekend is in het centrum van Breda, maakt juist dat zij extra op de verkeersborden moet letten.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: