Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor parkeren op een plek waar dat op 3 maart 2023 vanaf 08:00 uur verboden was. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege onduidelijke en slecht zichtbare borden en het ontbreken van hekken bij het parkeren. De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat de gedraging vaststond en het parkeerverbod duidelijk was aangegeven.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging inderdaad had plaatsgevonden en het parkeerverbod voor die dag en locatie gold. Wel achtte de rechter het niet geheel duidelijk dat het parkeerverbod ook voor het middenstuk van de straat gold, mede door het ontbreken van borden op die plek en de breedte van de straat. Ook speelde mee dat betrokkene de straat inreed voordat het verbod inging en de hekken nog niet aanwezig waren.
Gezien deze omstandigheden matigde de kantonrechter de boete tot nihil en verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €119,- terug te betalen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De parkeerboete is gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.