ECLI:NL:RBZWB:2024:9096

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 december 2024
Publicatiedatum
2 januari 2025
Zaaknummer
429482 FA RK 24-5713
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Weerkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis

Betrokkene is opgenomen met een crisismaatregel vanwege een psychotische stoornis binnen het schizofreniespectrum, gekenmerkt door katatone symptomen en ernstig nadeel zoals levensgevaar, ernstige zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De officier van justitie verzocht om verlenging van de zorgmachtiging voor twaalf maanden. Tijdens de mondelinge behandeling werden medische verklaringen en adviezen besproken, waaruit bleek dat betrokkene medicatietrouw mist, geen ziekte-inzicht heeft en niet vrijwillig passende zorg accepteert.

De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is om de geestelijke gezondheid te stabiliseren en het ernstig nadeel af te wenden. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in zelfinrichting van het leven en opname in een accommodatie, met uitsluiting van toediening van vocht en voeding.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorgvormen zijn evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 16 december 2025.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgvormen voor betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/429482 / FA RK 24-5713
Datum uitspraak: 16 december 2024
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 4 december 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 4 december 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 december 2024. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • dhr. [naam 1] , sociaal-psychiatrisch verpleegkundige (hierna: SPV);
  • mw. [naam 2] , verpleegkundige (hierna: de verpleegkundige).
Daarnaast is verschenen, maar niet gehoord:
- mw. [naam 3] , verpleegkundig specialist in opleiding.
1.3.
De officier van justitie is, zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek, niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene is met een crisismaatregel opgenomen in [accommodatie] . De burgemeester van Moerdijk heeft de crisismaatregel op 14 mei 2024 genomen. De crisismaatregel is bij beschikking van deze rechtbank van 17 mei 2024 voortgezet tot en met 7 juni 2024.
2.2.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 juni 2024 een zorgmachtiging verleend tot en met 19 december 2024. Op grond van deze beschikking verblijft betrokkene bij [accommodatie] .

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de verzochte duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank stelt op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling vast dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Momenteel is er bij betrokkene sprake van een psychotisch toestandsbeeld met katatone symptomen. Op de voorgrond staat desorganisatie en teruggetrokken gedrag.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene bij een psychotische decompensatie gestimuleerd moet worden om te eten en te drinken, hetgeen zorgt voor een risico op levensbedreigende ondervoeding en dehydratatie. Daarnaast behoeft betrokkene aansturing tot zelfzorg en het innemen van haar medicatie. Er bestaat daarbij een risico op ernstige zelfverwaarlozing. Betrokkene heeft zich immers ruim een jaar niet gewassen. Verder is gebleken dat betrokkene geen behoefte heeft aan sociaal contact of communicatie met anderen. Zij heeft ook geen inkomen en dagactiviteiten en kan haar eigen leven niet indelen, hetgeen maakt dat er een risico bestaat op maatschappelijke teloorgang. De SPV licht ter gelegenheid van de mondelinge behandeling toe dat betrokkene tijdens haar vorige opname een langere tijd opgenomen is geweest, maar wel redelijk is opgeknapt. Er zijn toen afspraken gemaakt bij het ontslag, zoals over het innemen van de medicatie. Vrijwel direct na het ontslag is betrokkene met haar medicatie-inname gestopt en is het toestandsbeeld van betrokkene vrij snel verslechterd met ernstig nadeel tot gevolg. Het doel is om de klinische opname zo kort mogelijk te houden en om betrokkene goed in te stellen op de medicatie. Betrokkene krijgt momenteel orale medicatie, maar er moet nog worden bezien welke medicatievorm het beste aansluit bij haar. Zolang betrokkene haar medicatie blijft innemen, blijft zij redelijk stabiel. Tot slot verklaart de SPV dat ook middelengebruik ervoor kan zorgen dat betrokkene psychotisch decompenseert. Het is daarom van belang dat zij geen middelen meer gebruikt.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
De advocaat licht namens betrokkene toe dat zij open staat voor hulpverlening en een zorgmachtiging, maar dat ze dit het liefst in de thuissituatie ondergaat. Betrokkene ervaart haar huidige opname niet als bevorderend voor haar gezondheid. De rechtbank oordeelt echter dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene geen ziektebesef en -inzicht heeft en kampt met forse kritiek- en oordeelsproblematiek. Daarnaast is betrokkene niet medicatietrouw gebleken in de thuissituatie en is zij ambivalent in het accepteren van de contactmomenten met het Regioteam. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling, evenals de advocaat van betrokkene, van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal de verzochte verplichte zorgvormen ‘het toedienen van vocht en voeding’ en ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ niet toewijzen, omdat de SPV tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze zorgvormen niet noodzakelijk zijn.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 4.6. kunnen worden getroffen;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
16 december 2025;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2024 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 24 december 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.