ECLI:NL:RBZWB:2024:9087

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 december 2024
Publicatiedatum
2 januari 2025
Zaaknummer
24/5975
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV wegens niet tijdig beslissen herbeoordeling WIA-aanvraag

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag om herbeoordeling van 29 maart 2023. Nadat het UWV alsnog op 18 september 2024 een beslissing nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, maar het UWV zag geen aanleiding tot nadere reactie. De rechtbank oordeelde dat het UWV door alsnog te beslissen aan verzoekster is tegemoetgekomen, waardoor proceskostenveroordeling mogelijk is.

De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en legde het UWV op een bedrag van € 437,50 te betalen aan verzoekster. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 371,- door het UWV vergoed moet worden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.

De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks en griffier S.A. de Roo op 23 december 2024 en zonder zitting openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/5975 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster,

gemachtigde: [gemachtigde] ,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag om een herbeoordeling van 29 maart 2023. Zij heeft het beroep ingetrokken, omdat het UWV op 18 september 2024 alsnog een beslissing heeft genomen op de aanvraag om herbeoordeling.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat zij geen aanleiding ziet om een nadere reactie in te dienen ten aanzien van dit verzoek.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 24 juli 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling van 29 maart 2023. Het UWV heeft op 18 september 2024 alsnog een beslissing genomen op de aanvraag om herbeoordeling. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De vergoeding bedraagt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- per punt en wegingsfactor 0,5), omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. de Roo, griffier, op 23 december 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.