Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.2. De feiten
- zij hebben een affectieve relatie met elkaar gehad;
- op 15 juni 2004 hebben partijen de woning aan [het adres] , te [woonplaats]
- op 3 maart 2000 hebben partijen een samenlevingsovereenkomst gesloten, waarin
Verdeling
van de gemeenschappelijke goederen na verbroken samenwoning” gesloten. Hierin
is -voor zover hier van belang- het volgende opgenomen: