ECLI:NL:RBZWB:2024:9022

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 oktober 2024
Publicatiedatum
30 december 2024
Zaaknummer
10871721 \ MB VERZ 24-26
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring van beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding binnen bebouwde kom

Betrokkene werd beboet voor het rijden van 20 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de N289 Oude Rijksweg te Krabbendijke op 16 februari 2023. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege onduidelijkheid over de locatie van de meetapparatuur en verwees naar eerdere snelheidsovertredingen die waren geseponeerd.

De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar de kantonrechter oordeelde dat dit te wijten was aan een administratieve fout (ontbreken CJIB-nummer) en verklaarde het beroep ontvankelijk. Inhoudelijk bleek uit de flitsfoto en een NMI-verklaring dat de boete terecht was opgelegd.

De kantonrechter vond geen grond om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Het vonnis werd uitgesproken op 1 oktober 2024 door kantonrechter W.H.C. van Eck.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10871721 \ MB VERZ 24-26
CJIB-nummer : 4062 5422 5589 6092
uitspraakdatum : 1 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op het beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 20 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de N289 Oude Rijksweg (ter hoogte van 10c) te Krabbendijke (gemeente Reimerswaal) op 16 februari 2023 om 15:17 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt sinds 1996 maar één snelheidsovertreding te hebben gereden op eenzelfde traject als in dit geval. Die snelheidsovertreding werd geseponeerd omdat de verbalisanten in het veld bij de groentekassen achter de bosjes stonden te controleren. Met eenzelfde traject bedoeld betrokkene een weg met dezelfde dijkovergangen, bochten en spoorwegovergangen. Op dit moment heeft betrokkene in een keer zes snelheidsovertredingen binnen gekregen. Betrokkene heeft de plek waar de meetapparatuur stond ‘ter hoogte van 10c’ gezocht, maar niet gevonden. Tot de verbazing van betrokkene verscheen er begin maart een zelf gemaakt bord op de oprit aan de Rijksweg. Indien de meetapparatuur inderdaad ter hoogte van 10c aanwezig was, reed het verkeer een stuk naar beneden. Betrokkene stelt dat het onduidelijk is welke kant de meetapparatuur stond.
De zittingsvertegenwoordiger heeft primair verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. Subsidiair heeft de zittingsvertegenwoordiger aangevoerd dat er op de betreffende weg H1-bebording aanwezig is. Het had voor betrokkene duidelijk moeten zijn dat er vijftig kilometer per uur gereden mocht worden. Daarbij heeft de zittingsvertegenwoordiger ter zitting een NMI-verklaring overhandigd waaruit blijkt dat de flitspaal rond de pleegdatum was goedgekeurd. De zittingsvertegenwoordiger ziet geen reden om hieraan te twijfelen en verzoekt dan ook subsidiair het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de officier van justitie
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 11 april 2023. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 8 mei 2023 ontvangen. Dat is te laat. Echter had betrokkene eerder al op 8 april 2023 een beroepschrift ingediend waaraan een manco kleefde door het ontbreken van een duidelijke aanwijzing van het bestreden besluit.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend. Betrokkene had bij zijn beroepsschriften geen CJIB-nummer vermeld, waardoor de beroepschriften niet tijdig aan de juiste zaak gekoppeld konden worden. Aangezien dit het enige manco is, acht de kantonrechter de termijnoverschrijding verschoonbaar.
De officier van justitie heeft het beroep dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd.
Inhoudelijk
De kantonrechter zal vervolgens het beroep tegen de boete inhoudelijk beoordelen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de flitsfoto in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit de NMI-verklaring die de zittingsvertegenwoordiger ter zitting heeft overhandigd, blijkt dat er rond de pleegdatum een onderzoek heeft plaatsgevonden. Aan de rechterkant van de NMI-verklaring staan de betreffende gegevens, welke met het zaakoverzicht overeenkomen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: