ECLI:NL:RBZWB:2024:8956
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken bewijs verzending ingebrekestelling bij belastingzaak
Belanghebbende stelde beroep in tegen het vermeende niet tijdig beslissen door de inspecteur op een bezwaar van 19 augustus 2022. De rechtbank constateerde dat de inspecteur op 25 april 2023 al een besluit op het bezwaar had genomen, zodat er geen sprake was van een te late beslissing op het moment van het instellen van het beroep.
Belanghebbende stelde dat hij op 21 november 2022 een ingebrekestelling had verzonden, een vereiste voor het recht op een dwangsom. De inspecteur betwistte ontvangst van deze ingebrekestelling en belanghebbende kon geen bewijs van verzending overleggen.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet in zijn bewijslast was geslaagd en ging ervan uit dat geen ingebrekestelling was ingediend. Hierdoor bestond geen recht op een dwangsom en werd het beroep ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van verzending van de ingebrekestelling.