ECLI:NL:RBZWB:2024:8911
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
Betrokkene stond terecht voor meerdere misdrijven, waaronder witwassen, waarvoor hij bij een gelijktijdig vonnis een geheel voorwaardelijke taakstraf van 120 uur kreeg opgelegd. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €9.925,53, gebaseerd op een berekening van het Openbaar Ministerie uit 2022.
Tijdens de zitting op 6 december 2024 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt. De verdediging voerde aan dat betrokkene geen draagkracht heeft om enige betalingsverplichting te voldoen en verzocht om nihilstelling.
De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier onvoldoende aannemelijk is geworden voor welk bedrag verdachte voordeel heeft verkregen uit het gepleegde witwassen. Daarom wijst de rechtbank de vordering tot ontneming af. Dit vonnis is uitgesproken op 20 december 2024 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af wegens onvoldoende bewijs van het wederrechtelijk verkregen voordeel.