ECLI:NL:RBZWB:2024:8838
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening aanlijn- en muilkorfgebod
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester waarin een aanlijn- en muilkorfgebod voor zijn hond werd opgelegd. Vervolgens heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, maar dit ingetrokken nadat de burgemeester het gebod op 5 december 2024 heeft opgeheven.
Verzoeker vordert daarop dat de burgemeester wordt veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter overweegt dat vergoeding van proceskosten alleen mogelijk is indien het bestuursorgaan een standpunt uit het bestreden besluit heeft herzien en het gewenste besluit alsnog heeft genomen. Een intrekking van het besluit op basis van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden geldt niet als tegemoetkomen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester het gebod heeft opgeheven vanwege een assessment-risicoanalyse die nieuwe feiten bevatte. Deze analyse had verzoeker eerder kunnen overleggen. Hierdoor is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van de Awb.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af en ziet ook geen aanleiding om de griffierechten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door de burgemeester.