ECLI:NL:RBZWB:2024:8793
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde en aanslag OZB woning in Tilburg
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Tilburg, welke door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €492.000 per 1 januari 2022. Tevens is beroep gedaan tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) die hierop is gebaseerd.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de omgeving zijn gebruikt. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €400.000 zou moeten zijn, onder meer vanwege gedateerde voorzieningen en het duurzaamheidsniveau van de woning.
De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is bepaald op basis van drie referentiewoningen, die de rechtbank voldoende vergelijkbaar acht. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in voorzieningen en duurzaamheid en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een lagere waardering gerechtvaardigd is.
De WOZ-waarden van de referentiewoningen zijn niet relevant voor de waardebepaling en de rechtbank volgt de stelling van belanghebbende niet dat de verkoopprijzen onjuist zijn geïndexeerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €492.000 blijft gehandhaafd.